Uganda reis informatie

Klimaat/ideale reistijd

Tropisch klimaat. Gemiddelde temperatuur tussen de 20 en 27 graden. 's Nachts koelt het lekker af tot ongeveer zestien graden. Oeganda is het gehele jaar door goed te bereizen! Officiële regenseizoenen zijn in maart/april en oktober/november. Desondanks bieden deze maanden juist goede perspectieven. Het land is vruchtbaar, er is meer toerisme en het dierenrijk is actief. De regenbuien zijn vaak van korte duur en vallen vaak ’s nachts.

Veiligheid

Reizen door Oeganda is veilig. Ten opzicht van toeristen gebeuren nauwelijks tot geen incidenten. Alleen in het noorden van het land zijn jarenlang ernstige ongeregeldheden in verband met de activiteiten van de rebellengroep LRA. Momenteel is er een wapenstilstand en ziet het er naar uit dat er een definitief vredesakkoord komt in noord Oeganda. Reizen naar bijvoorbeeld Kidepo Valley is weer mogelijk! Wilt u naar het noorden, informeer dan eerst bij ons en/of de ambassade over de actuele veiligheidsituatie.

Taal

Een groot voordeel van Oeganda: iedereen spreekt Engels! Communiceren met de lokale bevolking is dus geen probleem. Verder spreekt elke stam hun eigen Afrikaanse taal.

Munteenheid

In Oeganda betaal je met Uganda Shillings. Gezien de hoge stand van de Euro t.o.v. de Dollar zijn toeristen gunstig uit. Kreeg je twee jaar geleden nog 2500 shilling voor een Euro, momenteel is dat 3600 shilling voor een Euro. Even een voorbeeld: een flesje cola kost hier 1.000 Ush. is 0,30 eurocent. Een diner kost gem. 12.000 Ush. Reken maar uit!

In Oeganda kun je sinds 2007 pinnen (mits pinpas Visa of Maestro Logo bevat) maar dit werkt niet altijd. Er zijn slechts een aantal banken waar pinnen lukt en dan ben je ook nog afhankelijk van de werking van de automaat (stroomstoringen zijn aan de orde van de dag). Je bent dus genoodzaakt euro's mee te nemen. Echter, Oeganda is goedkoop! 500 Euro is voldoende voor drie weken (eten, drinken, andere eigen uitgaven).

Infrastructuur

De infrastructuur is redelijk in Oeganda. Het meeste is geasfalteerd, maar vaak wel verslechterd. Kuilen in wegen worden echter steeds vaker direct dichtgemaakt waardoor wegen goed bereisbaar zijn. De zandwegen zijn goed begaanbaar, alleen tijdens het regenseizoen kan gladheid nog wel eens problemen veroorzaken. In Oeganda is relatief weinig verkeer, dat geldt echter niet voor de hoofdstad Kampala. Daar wemelt het van de fietsers, voetgangers, matatu's (taxibusjes) en boda boda's (bromtaxi's).

Godsdienst

'God saves us all', is één van de vele slogans die je in Oeganda tegenkomt op bussen en taxibusjes. De Oegandezen zijn zéér gelovig. God speelt hier altijd een rol. Naast christenen (66%) kent Oeganda ook 16 procent moslims en 18 procent inheemse godsdiensten. Christenen en moslims lopen in Oeganda hand in hand over straat. Er zijn geen religieuze spanningen.

Geschiedenis

Over de oorspronkelijke bewoners van Uganda is weinig bekend. In de 18e eeuw waren op het huidige Ugandese grondgebied twee etnische groepen woonachtig; Bantu- volkeren in het zuiden en Nilotische volkeren in het noorden. In het zuiden woonden voornamelijk landbouwers georganiseerd in koninkrijken, waarvan Buganda het belangrijkste rijk was. De Niloten waren voor het merendeel veehouders.

Begin 19e eeuw vestigden zich enkele Arabische handelslieden (slavenhandelaren) in het gebied, aangetrokken door ivoor en slaven. Aan het einde van de 19e eeuw kwam Uganda onder indirect Brits bestuur en gedurende de eerste helft van de 20e eeuw werd een klassieke koloniale economie ontwikkeld, met voornamelijk cash crops (vooral koffie en katoen), aangevuld met gewassen voor lokale consumptie. Doordat de Britten vanaf eind 19e eeuw veel Indiërs naar Oost-Afrika haalden voor de aanleg van het Keniaanse en Ugandese spoorwegennet, groeide de Aziatische bevolkingsgroep flink. Later zou deze groep veel activiteiten binnen de commerciële en industriële sector in het land beginnen.

In 1962 werd Uganda onafhankelijk van Groot-Brittannië. Uganda zou in de jaren na de onafhankelijkheid 8 regeringswisselingen kennen in 36 jaar, waarvan enkele gepaard gingen met zeer veel geweld. De instabiliteit van het land is door sommigen toegeschreven aan de enorme etnische verscheidenheid die Uganda kent. Andere verklaringen beroepen zich op de grotere (militaire) machtspositie van het noorden.

De eerste regering van het onafhankelijke Uganda werd formeel geleid door president Mutesa (een voormalig koning van het zuidelijke Buganda), maar de uitvoerende macht lag in werkelijkheid bij premier Milton Obote (een Langi uit het noorden). In 1966 nam Obote met behulp van het leger de macht over en benoemde zichzelf tot president. Protesten en geweld in Buganda werden door het leger, onder leiding van generaal Idi Amin, met harde hand onderdrukt. In 1971 volgde een nieuwe militaire coup, nu door Amin. Zijn bewind genoot aanvankelijk de steun van de bevolking en de massale deportatie van Aziaten uit het land werd door vele Afrikanen toegejuicht. De populariteit van Amin nam echter snel af, net als zijn greep op het volk, dat hij probeerde te verdelen door de etnische tegenstellingen te benadrukken. Tijdens het gewelddadige bewind van Amin vielen naar schatting enkele honderdduizenden doden. Door interventie van Tanzania, dat het regime van Amin nooit erkend had, moest Amin het veld ruimen. Hierna volgden twee korte regeerperiodes die geen stabiliteit in het land brachten. Bij verkiezingen in 1980 kwam Obote opnieuw aan de macht als leider van het Uganda National Liberation Front (UNLF). De Uganda Patriotic Movement (UPM), later National Resistance Army (NRA), onder leiding van Yoweri Museveni, koos ervoor als guerrillabeweging te gaan opereren tegen het regime. Er brak weer een periode aan van zeer veel geweldaardigheden en binnenlandse onrusten. Volgens de meeste bronnen werden er door politie en leger zelfs meer slachtoffers gemaakt dan ten tijde van het Amin-bewind, ca. 500.000. Conflicten tussen de verscheidene etnische groepen in het leger leidden uiteindelijk tot het afzetten van Obote in 1985. Onderhandelingen tussen de verschillende partijen onder leiding van de Keniaanse president Moi, leidden tot niets en in januari 1986 greep de NRA de macht. Museveni werd de nieuwe president en vervult nog immer die positie. (Bron: www.minbuza.nl)

Economie

Het macro-economische beleid van de Ugandese overheid is solide en wordt geprezen door de internationale donorgemeenschap. Het begrotingsproces is transparant en de economische groei schommelt al enkele jaren rond de 6%. De reële groei per capita bedraagt ca. 3%. Het inflatiecijfer is in 2001 onder de 5% gebleven. De Ugandese shilling is al enkele jaren zeer waardevast, mede als gevolg van de omvangrijke buitenlandse hulp in harde valuta. De achilleshiel van de Ugandese economie wordt gevormd door de grote afhankelijkheid van de agrarische sector en dan met name de koffiesector. Het aandeel van koffie in de totale export is ca. 40%. Dit gevoegd bij de scherpe daling van de koffieprijs op de wereldmarkt in de afgelopen jaren (30%) en het toenemend tekort op de handelsbalans is grotendeels verklaard. Diversificatie van de landbouw vormt een van de topprioriteiten van de Ugandese overheid in de komende jaren.
Een groot probleem voor de Ugandese overheid vormt voorts het gebrek aan eigen inkomsten. De overheidsinkomsten als percentage van het BBP bedragen nog geen 12%, hetgeen zelfs Afrikaanse perspectief uiterst mager is. Ca. 50% van de overheidsuitgaven wordt gefinancierd met donorgelden. Deze invoer van harde valuta levert op haar beurt weer grote problemen op voor de exportpositie van Uganda, aangezien dit de Ugandese shilling bovengemiddeld apprecieert (Dutch disease). Verhoging van de eigen belastinginkomsten staat weliswaar hoog op de agenda van de minister van financiën maar blijkt in de praktijk moeilijk te realiseren.
In april 1998 bereikte Uganda na zes jaar goed macro-economisch beleid, het zogenaamde completion point onder het Highly Indebted Poor Countries Initiative -HIPC-, dat een schuldverlichting ter waarde van US$ 650 miljoen met zich meebracht. In mei 2000 verkreeg Uganda een additionele schuldverlichting die het totaal op US$ 2 miljard heeft gebracht over een periode van 26 jaar. Dit komt neer op een reductie van de Ugandese schuld met 75%.
Uganda heeft genoeg (hydro)energie om deze in beperkte mate te kunnen exporteren. Na jarenlang binnen- en buitenlands verzet is in 2001 door de Wereldbank het groene licht gegeven voor de bouw van de Bujagali waterkrachtcentrale, die de energievoorziening van Uganda zal verdubbelen tot 500 MW. Deze energie zal een grote impuls kunnen geven aan de binnenlandse industrie en de regionale exportpositie. Verder werd in 2001, na het opheffen van een exportverbod naar de EU vanwege sporen van cholera en pesticiden, de uitvoer van visfilets (na koffie) de op één na belangrijkste sector. Naar verwachting zal de visstand in het Victoriameer de huidige mate van bevissing evenwel niet lang kunnen weerstaan, waardoor deze sector binnen enkele jaren in elkaar dreigt te storten. Het door de Ugandese overheid voorgenomen uitzetten van vislarven teneinde dit scenario te keren zal volgens deskundigen geen enkel effect sorteren.
Er is een begin gemaakt met het hervormen van de financiële sector in Uganda; verscheidene banken zijn reeds gesloten vanwege mismanagement. Eind 2001 werd de grootste staatsbank, Uganda Commercial Bank (UCB), na een eerdere mislukte poging tot privatisering, verkocht aan de Zuid-Afrikaanse Stanbic bank. (bron: www.minbuza.nl)

terug naar boven