9+ beoordeeld op grootste safari reviewsite ter wereld
Kwaliteit & kleinschalig
Persoonlijk en duurzaam
 

Safari door Oeganda

Om te beginnen wát een mooi land ! Altijd en overal is het groen om je heen. Of het nu oerwoud, bos, savanneland, theeplantages of bananenbomen zijn, ik wist niet dat er zoveel kleuren groen bestonden…
Om niet alles te verklappen beperk ik mijn verslag tot de hoogte ( en diepte ) punten van de reis.

Deze reis wordt uitgevoerd door de volgende hoofdrolspelers :
Wilma, een begeerlijke verpleegster, Tiny, een kwieke onderneemster op respectabele leeftijd, Janneke, een blonde voedseldeskundige, Sonja, een bescheiden douane ambtenaresse , Wim, ( bosbok on the left ) een rokende politieagent, maar toch wel sympathiek. En tenslotte Hans, ( ik schrijf dit stuk ) grijs en buitengewoon bescheiden.

Geschreven door Hans van der Vlucht

Onze reis start in Entebbe waar we landen. We worden opgewacht door Coen, directeur-grootaandeelhouder en reisbegeleider van Matoke tours, Marie-Jana, reisbegeider in spé en David onze vaste chauffeur.

We starten in Kampala. Een rommelige, drukke stad waar volgens mij niemand een rijbewijs heeft en écht maar doet waar hij zin in heeft. Levensgevaarlijk ! Voor bescheiden chauffers/weggebruikers is daar echt geen plaats !
Hoogtepunt aldaar is de enige culturele bezienswaardigheid van het land : Een grote rieten graftombe waar misschien zelfs wel overleden koningen liggen. Wij hebben ze echter niet gezien.
We zijn blij dat we weer uit Kampala weg mogen.

Na het verblijf in Kampala op naar Jinja om te raften op de Nijl.
Samen met nog enkele Amerikanen stappen Wilma, Janneke, Marie-Jana en ik de boot in voor de 31 km lange tocht . Na enkele eenvoudige rapids, ( we lachen nog steeds…) komen we bij de “G-spot” een klasse 5 rapid. Het wilde water hoor je al van ver aankomen en de billen knijpen steeds dichter bij elkaar. Dan stort de raft zich in het donderend geraas en opeens hebben we alleen nog maar kolkend water onder, boven, achter en voor ons, en niet onbelangrijk, ín ons…. Eindelijk weet ik hoe een bijna-dood ervaring voelt. Ik wist niet dat ik zo’n 12 liter water tegelijk in kon slikken….En dat drie keer achter elkaar …
De tweede klasse 5 rapid weten we, wonder boven wonder te overleven zonder dat de raft om gaat.
De laatste klasse 5 rapid was voor de meesten te veel en stapten over in de safe boat. Van deze rapid ( een uitloper van een klasse 6 ! ) was al duidelijk gemaakt dat deze niet genomen kon worden zónder om te slaan…
Weer 8 liter water naar binnen, maar wát een kick als je eindelijk opgevist wordt uit het water !
Honger hebben we die avond wel! Dorst wat minder. Geen idee hoe dat toch komt….

Na Jinja naar Murchisons Falls.
In het grootste park van Oeganda hebben we een eigen banda met douche en toilet. Er zijn ook banda’s en tenten met openbare badgelegenheid. Vanaf het hoofdgebouw en restaurant heb je een schitterend uitzicht over het park. ’s Nacht worden we uit onze slaap gehaald door een wel heel bijzonder rochelend en slurpend geluid : Naast onze banda doet een nijlpaard van zo’n slordige 2000 kg zich tegoed aan het gras.
Ook wordt er vrolijk gegraasd om de tenten heen…. Je zal er maar in liggen en erg nodig moeten plassen…….
De waterval zelf is van ongekende schoonheid ! Er wordt met geweld een enorme hoeveelheid water door een smalle kloof geperst. Wát een schouwspel !
Pikant detail is dat Idi Amin het behaagde om een aantal, in zijn ogen, onwillende onderdanen, zwemmen te leren en ze daar van een soort duikplank af te laten springen. Vermoedelijk heeft niemand zijn diploma behaald.

Kibale forrest is een dichtbegroeid woud met op een paar open plekken een soort van heksen huisjes die blijken onze onderkomens te zijn. In een soort rokend stookhok, naast het huis wordt een ketel water verwarmd, welke voor de warme douche blijkt te zijn. In een dergelijke broeierige omgeving heb je niet echt warm water nodig.
’s Avonds zoeven de vleermuizen in dit enge bos langs je hoofd.
Hier gaan we in groepen met gidsen het woud in, op zoek naar de chimpansees. Na bijna twee uur ploeteren , rennen, stilstaan om te luisteren, klimmen e.d. hebben we eindelijk de groep chimpansees ingehaald.
Foto’s maken blijkt lastig omdat deze jongens geen “rust in de kont” lijken te hebben en we er constant achter aan moeten rennen. Uiteindelijk nemen ze een korte break om ons de kans te geven een paar fatsoenlijke foto’s te maken. Ik vermoed dat dit zo in hun contract staat.

Queen Elizabeth national park betstaat voornamelijk uit savannen. Vanuit de prachtige Mweya lodge ( niet inbegrepen ) heb je een prachtig uitzicht over dit uitgestrekte gebied en het natuurlijke Kazinga kanaal tussen Lake Edward en Lake George waar je o.a. buffels, olifanten, nijlpaarden en krokodillen in overvloed tegenkomt.
Hier vandaan hebben we enkele game drives gedaan. Olifanten, giraffen, buffels en vele soorten bokken en herten kruisen ons pad. Ook zien we vele tientallen soorten vogels in kleuren waarbij vergeleken het assortiment van Jamin er maar flets uitziet.

Op een bepaald moment waren we getuige van de wrede werkelijkheid van de natuur. Nadat onze gids zag dat er een kob-kalfje “verdween” in het hoge gras, zagen we een aantal volwassen kobs paniekerig één kant op kijken. Toen we er met de bus heenreden zagen we wat er aan de hand was : een python die het kalfje als lunch had uitgezocht. De python was helemaal om het jong heengerold en bezig met , nou ja, dat kun je wel raden. Een enigszins schokkende maar ook boeiende ervaring.

Op een andere game-drive hebben Wim en Sonja het genoegen gehad om een familie leeuwen én een shoebill ( zeer zeldzame schoenbek ooievaar ) te spotten. Wees dus nooit zo dom een game-drive over te slaan, om welke reden dan ook. ( hoewel de witte wijn wel erg lekker smaakte ). Daar krijg je, net als wij, spijt van !! ’s Avonds zitten we lekker te borrelen in de lodge, komen twee dames gillend van het terras. A lion !, a lion !!! wordt er geroepen. Op sensatie belust, rennen een aantal van ons ( op veilige afstand achter een uit de kluiten gewassen ober ) naar de plek waar de dames de leeuw hebben waargenomen. Groot was de teleurstelling toen bleek dat het een luipaard was …. Door het gegil van de dames besloot de luipaard maar elders zijn diner te gaan zoeken en verdween in de duisternis. De avond daarop moeten er een aantal gasten met een busje naar hun huisje gebracht worden omdat er een leeuw ( nu wel een echte) voor de poort lag. Wow! Mweya móet wel het beste restaurant uit de buurt hebben.

Alweer een hoogtepunt was de afdaling in Gorge Kyambura een kloof in Kyambale.
Als je er naar toe rijdt lijkt het een vlak savannengebied. Pas wanneer je er vlak bij bent ontdek je dat de aarde opengescheurd is. In de kloof lijk je aangekomen in het paradijs. Zelden hebben we zo een mooie natuurlijke omgeving gezien. Varens, klimplanten, bladeren, je kunt het zo mooi niet bedenken. Het lijkt of de ene boom of plant de vorige wil overtreffen in schoonheid.

Dan het hoogtepunt van de reis. We gaan op zoek naar de gorilla’s . In het nationale park Bwindi gaan we op zoek naar de daar woonachtige gorilla familie. Onder begeleiding van zowel gewapende als ongewapende gidsen dalen we bergaf van Nguringo het oerwoud in. Je kunt het beter ploeteren noemen want van een fatsoenlijk wandel of fietspad hebben ze daar nog nooit gehoord….Na twee uur dwars door alles wat prikt en kriebelt, glijdend op je rug of je buik, een weg hakkend door de jungle geeft onze gids het teken: Prepare yourself ! We are here.

We zien nog niets maar vertrouwen er op dat we niet het slachtoffer worden van een goed opgezette roofoverval en laten al onze bezittingen, behalve de camera’s achter en lopen achter de gids aan, nóg dieper de jungle in. Dan staan we oog in oog met wat onze voorvaderen geweest moeten zijn. Een familie gorilla’s op een steenworp afstand van ons. Eén van de jonkies zit op ooghoogte in de boom te spelen.
De ouders, tevreden knabbelend aan wat groen eronder ( wat moet je anders de hele dag doen… )
Even verplaatst de familie zich om enkele meters verderop weer gezellig neer te strijken en om zich uitgebreid door ons te laten bekijken. Eén van de grootste mannetjes, Safari genaamd, houdt de boel wel in de gaten maar heeft uiteindelijk niet hoeven ingrijpen. Met de omvang en de kracht die deze prachtige beesten uitstralen haal je het niet in je hoofd om iets anders te doen dan de gids je heeft geadviseerd.

Na exact één uur moesten we helaas het toneel alweer verlaten en de terugtocht wordt ingezet.
Omdat we het eerste deel afdalend hebben afgelegd, zal een oplettende lezer begrijpen dat de weg terug volledig bergopwaarts moeten afleggen. Voor sommigen onder ons een ware hel. Hier komen de van te voren ingehuurde dragers wel erg goed van pas ! Hoewel benamingen als slepers, sleurders drukkers, duwers of reddingswerkers beter op zijn plaats zouden zijn. Zij hebben ervoor gezorgd dat ook de “zwaksten” onder de gorilla-gangers ook ruim voor donker terug waren op de basis.
Als bevestiging van een succesvol afgelegde trekking kregen we bovendien ook nog een persoonlijk certificaat.
Dát zal het goed doen op mijn CV !
Kortom een belevenis om nooit meer te vergeten.

De dag na de enerverende G-day vertrekken we naar Lake Bunyonyi. Tot onze grote schrik bleek wat er in de folder stond over uitgehakte boomstammen nog waar ook ! Ik heb nog gekeken of ik de verborgen camera ergens zag, maar nee. ( Tiny, is de kramp in je armen om de boomstam recht te houden inmiddels al wat minder ? ) Eenmaal op zee kregen we meer vertrouwen en hebben een heerlijk relaxte vaart doorgebracht.

Op het eiland worden we naar onze luxe tent gebracht. Achter de tent bevonden zich een aparte douche en toilet waar Fred en Wilma Flintstone jaloers op geweest zouden zijn. Bamboe, hout en een grote emmer met een douchekop eronder om je te douchen. Op verzoek wordt uw emmer gevuld met warm of koud water door de butler. Het is er ’s avonds aangenaam koel en de tent is schoon 100 % vrij van ongedierte.
Kun je je een omgeving voorstellen zónder enige vorm van ruis, als het geluid van auto’s, vliegtuigen, radio’s of wát dan ook behalve vogeltjes ? Dat is op dit eiland het geval.
Een heerlijke plek om te ontspannen en over het meer uit te kijken.

Aan het eind van de reis trekken Wilma en ik er nog eenmaal op uit om een Pygmeeën stam te bezoeken, hoog op een berg. Klimmen dus ! Nog nooit hebben we het meegemaakt dat we de lokale gidsen er uit konden lopen maar deze keer was het wél zo. We hebben ze boven maar opgewacht. Het Pygmeeëndorp was bij aankomst nagenoeg leeg. Veel van de inwoners blijken in het bos te zijn om te jagen.

Er wordt een actie op touw gezet om een aantal mensen naar het dorp te krijgen en dat lukt. Na een half uur waren wij omringd door een aantal dorpsbewoners die net zo geïnteresseerd naar ons kijken als wij naar hun. Groot was de verbazing te zien dat een flink aantal van hen de afmeting hebben van een flinke Ariër, terwijl wij een groep mensen verwachten die niet boven de 1m50 uitkomen. Wilma ( zelf 1m60 ) had zich echt verheugd om ook eens op iemand neer te kijken i.p.v. altijd maar omhoog te moeten kijken.

We hebben een kijkje mogen nemen in de diverse woningen opgebouwd van klei en riet. Onvoorstelbaar voor ons dat een heel gezin, inclusief geiten en kippen ( hun dierbaarste bezit ), daar kan wonen. Omdat deze groep mensen hun oerbestaan niet willen opgeven en hulp van de overheid weigeren, hebben ze dus werkelijk niets. Groot was daarom hun dankbaarheid toen de gids, gekocht met geld van Matoke, zeep om de kleding te wassen en scharen uitdeelden aan de stamoudsten. Er was voor twee oudere mannen zelfs een nieuw ( 2e hands ) shirt, die direct werden omgeruid voor de vodden die ze op dat moment droegen.

Tot slot hebben Wilma en ik een “aannemer” ( ofwel een lokale knutselaar ) in de arm genomen om een in elkaar gezakte rieten hut van één van de oudste bewoonsters te laten repareren.
Dat heeft ons, omgerekend, wel 9 euro gekost, maar je moet wát overhebben voor je medemens, nietwaar ?
Uit, niet gespeelde, oprechte dankbaarheid werd er tenslotte door iedereen gedanst en door de oude vrouw een vredespijp gestopt en gerookt. Een hartverwarmende ontmoeting, alleen jammer dat ze zo lang waren….

Tot zover mijn reisverhaal.
Ik hoop oprecht dat er nog veel reizigers gaan genieten van al het moois dat Oeganda te bieden heeft.

Hans van der Vlugt

September 2005

Onze populaire bestemmingen

Inspiratie & Ervaringen