Kilwa Kisiwani is een historische plek, een eiland in de Indische oceaan, dat een geschiedenis heeft die terug gaat tot de 9e eeuw. Vandaag de dag heeft het een verlaten, eenzame uitstraling, maar in het verleden was dit het centrum van macht en voorspoed. De piek van deze bloeiende handel was in de 14e en 15e eeuw. Toen was het de meest welvarende Swahili stadstaat, die de complete zeehandel controleerde van een groot deel van de Oost Afrikaanse kust.
De bekendheid van dit eiland ging van handelaars tot scholieren uit Europa, India en het Midden- Oosten, die deze belangrijke plaats met eigen ogen wilden zien. De welvarendheid kwam van handel. De ideale ligging, in het centrum aan de kust, maakte het mogelijk om zich te ontwikkelen tussen de commerciële netwerken in de regio. Karavanen kwamen naar Kilwa om hun waar te verhandelen. Van verre bestemmingen in centraal Afrika, geteisterd door ziektes, ondraaglijke weersomstandigheden en landschappen, kwamen de dragers aan in Kilwa met ivoor, wax, de hoorns van de neushoorn, dierenhuiden en de schilden van schildpadden. Ook de slaven kwamen hier aan en werden op de slavenmarkt verkocht tot in de late 18e eeuw.
Vanuit Zimbabwe kwam een groot aanbod aan goud. Kilwa was als een depot voor al deze goederen. Het sloeg deze goederen op voor zowel de handelaars van buitenaf, als voor de verkoop in het binnenland, zoals Indische kleden en katoen.
Het was in de 9e eeuw dat Kilwa verbinding kreeg met de handel in de Indische Oceaan. De Shirazi (afkomstig uit het Perzische rijk) hebben hier een aantal gebouwen achtergelaten die nu nog te bezichten zijn. UNESCO beschermd enigszins deze ruines, die heel bijzonder zijn en nog een van de weinige overblijfselen zijn van de vroege Swahili geschiedenis. De “Grote Moskee” is een overblijsel uit de Swahili tijd.
In de 13e eeuw nam de moslim cultuur de macht over in Kilwa. Om de moskee heen werd flink gebouwd en toen er een grote vraag naar goud ontstond liep het langzaam uit de hand en werd men zelfzuchtig en Kilwa groeide uit zijn voegen.
Het werd een luxe stad, met fijne Perzische en Chinese keramiek, dure Indiase kleden en geïmporteerde juwelen. In deze tijd werd de Moskee verlengt en werd Husuni Kubwa gebouwd, een groot paleis van Sultan Al-Hasan bin Sulaiman.
In midden 14e eeuw, waarschijnlijk door een uitbraak van de pest, kwam Kilwa in een flink dal terecht. In de 15e eeuw namen de Portugezen het eiland over en door oorlogen en een aantal nieuwe handelsplekken langs de kust zakte Kilwa compleet in het niets. Toen de Portugezen vertrokken namen de Zimba het over, een kannibalen stam, die de welvaart in Kilwa nog verder om zeep holpen.
Veel later versloegen de Omani de Portugezen en namen de handel over van de kust en gaven Kilwa weer een impuls voor handel. De slavernij en de goudhandel werd weer opgepikt, maar het is nooit meer geworden wat het was. In 1840 werd de laatste Sultan van Kilwa gedeporteerd naar Oman en het was over met Kilwa.
Richard Burton, een van de ontdekkingsreizigers, kwam in 1850 in Kilwa en vond daar een eiland dat leed onder cholera. Hij beschreef het als een stad, compleet in staat van verderf met de lijken van dode slaven overal om hem heen.
Als laatste kwamen de Duitsers, en kwam er wederom een koloniale macht. Maar de Duitsers gebruikte Kilwa Kivinje als hun hoofdkwartier. Toen de Duisters vertrokken werd Kilwa in 1981 door UNESCO erkend.