Uganda safari reis september 2005
| vorige pagina | 3 |
De dag na de enerverende G-day vertrekken we naar Lake Bunyonyi. Tot onze grote schrik bleek wat er in de folder stond over uitgehakte boomstammen nog waar ook ! Ik heb nog gekeken of ik de verborgen camera ergens zag, maar nee. ( Tiny, is de kramp in je armen om de boomstam recht te houden inmiddels al wat minder ? ) Eenmaal op zee kregen we meer vertrouwen en hebben een heerlijk relaxte vaart doorgebracht.
Op het eiland worden we naar onze luxe tent gebracht. Achter de tent bevonden zich een aparte douche en toilet waar Fred en Wilma Flintstone jaloers op geweest zouden zijn. Bamboe, hout en een grote emmer met een douchekop eronder om je te douchen. Op verzoek wordt uw emmer gevuld met warm of koud water door de butler. Het is er ’s avonds aangenaam koel en de tent is schoon 100 % vrij van ongedierte.
Kun je je een omgeving voorstellen zónder enige vorm van ruis, als het geluid van auto’s, vliegtuigen, radio’s of wát dan ook behalve vogeltjes ? Dat is op dit eiland het geval.
Een heerlijke plek om te ontspannen en over het meer uit te kijken.
Aan het eind van de reis trekken Wilma en ik er nog eenmaal op uit om een Pygmeeën stam te bezoeken, hoog op een berg. Klimmen dus ! Nog nooit hebben we het meegemaakt dat we de lokale gidsen er uit konden lopen maar deze keer was het wél zo. We hebben ze boven maar opgewacht. Het Pygmeeëndorp was bij aankomst nagenoeg leeg. Veel van de inwoners blijken in het bos te zijn om te jagen.
Er wordt een actie op touw gezet om een aantal mensen naar het dorp te krijgen en dat lukt. Na een half uur waren wij omringd door een aantal dorpsbewoners die net zo geïnteresseerd naar ons kijken als wij naar hun. Groot was de verbazing te zien dat een flink aantal van hen de afmeting hebben van een flinke Ariër, terwijl wij een groep mensen verwachten die niet boven de 1m50 uitkomen. Wilma ( zelf 1m60 ) had zich echt verheugd om ook eens op iemand neer te kijken i.p.v. altijd maar omhoog te moeten kijken.
We hebben een kijkje mogen nemen in de diverse woningen opgebouwd van klei en riet. Onvoorstelbaar voor ons dat een heel gezin, inclusief geiten en kippen ( hun dierbaarste bezit ), daar kan wonen. Omdat deze groep mensen hun oerbestaan niet willen opgeven en hulp van de overheid weigeren, hebben ze dus werkelijk niets. Groot was daarom hun dankbaarheid toen de gids, gekocht met geld van Matoke, zeep om de kleding te wassen en scharen uitdeelden aan de stamoudsten. Er was voor twee oudere mannen zelfs een nieuw ( 2e hands ) shirt, die direct werden omgeruid voor de vodden die ze op dat moment droegen.
Tot slot hebben Wilma en ik een “aannemer” ( ofwel een lokale knutselaar ) in de arm genomen om een in elkaar gezakte rieten hut van één van de oudste bewoonsters te laten repareren.
Dat heeft ons, omgerekend, wel 9 euro gekost, maar je moet wát overhebben voor je medemens, nietwaar ?
Uit, niet gespeelde, oprechte dankbaarheid werd er tenslotte door iedereen gedanst en door de oude vrouw een vredespijp gestopt en gerookt. Een hartverwarmende ontmoeting, alleen jammer dat ze zo lang waren….
Tot zover mijn reisverhaal.
Ik hoop oprecht dat er nog veel reizigers gaan genieten van al het moois dat Oeganda te bieden heeft.
Hans van der Vlugt
| vorige pagina | 3 |
