Reisverhaal trektocht Rwenzori

vorige pagina 3 volgende pagina

Ratten?

Het is tijd om te eten en in het keukenhutje wordt door de gidsen een pannetje water voor ons op een houtskoolvuurtje aan de kook gebracht. De rest moeten we zelf doen, dus fantaseren we, met een deel van onze ingrediënten, een maaltijdje bij elkaar, die niet alleen vullend en voedzaam is, maar ook nog eens erg lekker.
De eerste nacht op zo’n slaapmatje en een houten ondergrond is altijd weer even wennen. Optimaal was de nachtrust dan ook niet, ook al omdat we ons een beetje zorgen maakten over dat geritsel vlak boven ons hoofd. Gelukkig hield het gescharrel van de ratten ons niet echt wakker en bleek onze proviandvoorraad ’s ochtends ook niet aangevreten te zijn. Na het ontbijt staan we al snel helemaal klaar, popelend om weer op stap te gaan. Want vandaag wacht ons de ‘bog’!

Glibberige rotsen

De routebeschrijving in het foldertje dat we hebben meegekregen klopt: we vervolgen het pad, nemen bij de splitsing het rechterpad, dalen af naar de hangbrug over de rivier, klimmen aan de overkant steil omhoog en passeren een mooi bamboebos, waar de groene mamba zich ophoudt. Het avontuurlijkste deel van deze dag is echter het tweede deel. Twee uur lang ploeteren en klauteren we over glibberige rotsen. Dit is niet alleen fysiek zeer vermoeiend, maar het vergt ook het uiterste van onze concentratie: we moeten continu de aandacht bij iedere stap houden en kunnen ons geen misstap veroorloven. Toch houd ik af en toe even halt om om me heen te kijken en te genieten van het uitzicht over de beboste, deels in mist gehulde hellingen, een van tak tot tak huppende toerako of een bosje zilverkleurige “everlasting flowers”. Voor ons gevoel schiet het vandaag veel minder snel op. De dragers zijn ons al voorbij gesneld, van steen tot steen springend.

De “bog”

Om het allemaal nog moeilijker te maken, volgt dan tenslotte ‘the bog’. Een goede Nederlandse naam is er niet voor. ‘Moeras’ komt in de buurt, maar op de een of andere manier heeft de Engelse term ‘bog’ precies de juiste klank voor deze surrealistische omgeving. De vervelende rotsen maken plaats voor een natte, drassige ondergrond van modder en planten. Dwars over het pad, voor zover daar nog sprake van is, zijn om de halve meter balkjes gelegd, als veilige stapplaatsen waar je niet wegzakt. Even verderop liggen er houten laddertjes horizontaal over het moeras. Het kost erg veel moeite om niet van de gladde, met algen begroeide treden te glijden en ertussen te stappen. Ik krijg de neiging om dit inderdaad te doen: de laddertjes te negeren en maar gewoon tussen de treetjes te stappen. Dat is veel gemakkelijker. Dan maar telkens in de modder wegzakken. Mijn schoenen, sokken en broek zijn inmiddels toch al helemaal nat en vies. En die trapjes zijn zenuwslopend en werken alleen maar vertragend. Als we ons goede humeur écht bijna kwijt zijn, wordt de ondergrond weer wat makkelijker begaanbaar en zijn we er eindelijk, bij de John Matte-hut.

Dagboek

De tweede hut op de trail, de John Matte-hut, is groter en in betere conditie dan die van afgelopen nacht, al hebben de altijd vochtige omstandigheden duidelijk hun uitwerking al gehad. Het hout van de veranda is op plaatsen zodanig aan het rotten dat de gaten er al in zitten. De locatie van de hut is ook hier weer prachtig. Ik kan er echter maar kort van genieten, want nadat ik mijn matje en slaapzak heb uitgerold, val ik meteen in slaap. Wanneer ik aan het eind van de middag weer wat ben bijgekomen van deze uitputtende dag, besluit ik toch nog even de omgeving te verkennen en loop ik naar de rivier. Gezeten op een rotsblok, eigenlijk niet meer dan een platte steen en het enige droge plekje dat ik kan vinden hier, schrijf ik in mijn dagboek het volgende:

vorige pagina 3 volgende pagina

terug naar boven